In Peru, een land met een eeuwenoude cultuur, neemt het werk met in de directe omgeving voorhanden zijnde materialen een belangrijke plaats in. Klei, wol, verfstoffen en vezels van planten, mineralen, stenen en metalen vormen de basismaterialen.
De vormgeving kent een rijke verscheidenheid. De traditionele vormen worden door de ambachtslieden en kunstenaars levend gehouden, andere vaak jongere kunstenaars laten zich door de traditie inspireren tot een geheel eigen vormgeving. De volkskunst weerspiegelt in motieven en uitdrukking de wijze waarop de bevolking het dagelijkse leven ervaart. De gebruikte technieken zijn eeuwenoud (400 v Chr.), ze worden van vader op zoon overgegeven. Ze worden zowel gebruikt voor traditionele vormgeving als creatief toegepast in eigentijdse vormen.
Binnen deze volkskunst neemt keramiek een bijzondere plaats in. Uit de tijd van voor de Inca overheersing zijn bijvoorbeeld de aardewerken voorwerpen van de Nazca, de Mochica en de Chimu keramiek bekend. Minder bekend is de Vicus keramiek, gemaakt in Chulucanas in de provincie Piura (Noord-Peru).
De wijze van maken van deze Chulucanas keramiek, de vormgeving, de wijze van decoreren en het bakken van het aardewerk gebeuren nog op dezelfde wijze als in de vierde eeuw v. Chr. De klei wordt gemengd met water, uitsluitend afkomstig van bergbeekjes of van de regenwaterreservoirs. Met handen en voeten, zonder draaischijf, worden de voorwerpen met behulp van stenen gevormd. Ook de buitenkant wordt zo bewerkt, soms wordt daarin nog allerlei figuren gekrast. Daarna worden de vazen en schalen in rustieke, hout gestookte ovens gezet om ze langzaam te bakken. Deze ovens zijn van generatie op generatie gebruikt vanaf de pre-Inca tijd. De vorm van de oven is rond, omdat dat zorgt voor de juiste verdeling van temperatuur. Na het bakken worden ze met traditioneel bereide verf- en kleurstoffen geschilderd, met figuren ontleent aan de oude vertellingen van de oude landbouwers of geometrische en golvende patronen. De techniek die gebruikt wordt is een z.g. positief-negatief procedé: de tekening wordt bedekt met een mengsel van oxiden en planten, daarna worden ze gerookt m.b.v. mangobladeren om de donkere kleur te verkrijgen. De bedekte delen behouden hun originele tint en worden later met natuurlijke verfstoffen verder ingekleurd.